Op 3 juli is het onderhandelaarsakkoord voor het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord gesloten. Het akkoord bouwt verder op het Integraal Zorgakkoord (IZA 2022). De reden voor een aanvullend akkoord was de geringe vooruitgang binnen de ggz op de in het IZA gedefinieerde knelpunten.
MEERGGZ is als zogenaamde ‘buitenring-partij’ geen partij in de onderhandeling. Op meerdere manieren hebben wij wel onze input geleverd en zorgen geuit. MEERGGZ staat open voor aanvullende maatregelen, maar is ook bezorgd over een aantal van de gekozen oplossingsrichtingen. We zetten hieronder de belangrijkste punten voor de ggz op een rij, en reflecteren op de kansen en spanning die wij zien voor de sector en onze leden.
Aankomende periode zal MEERGGZ zich actief mengen in de uitwerking van de afspraken van het AZWA. Hoe wij dat voor ons zien, lees je ook in onze recent gepubliceerde visie.
Welke afspraken voor de ggz bevat het AZWA?
Het AZWA bevat één grote koepel-afspraak voor de ggz. Vervolgens komt de ggz terug in verschillende zorgbrede afspraken. Er wordt geen expliciet onderscheid gemaakt tussen volwassenen en jeugd-ggz. We starten met de koepel-afspraak voor toegankelijkheid van de ggz en behandelen daarna de afspraken per thema, steeds gevolgd door een reflectie van MEERGGZ.
Overkoepelende ggz-afspraak
(Afspraak C6) Het primaire doel van deze afspraak is dat wachttijden verminderd worden door een verschuiving van menskracht en middelen van lichtere zorgvragen naar de behandeling van complexe zorgvragen. Concrete afspraken zijn:
- Behandelduur, -vorm en -doelstelling krijgt meer aandacht: er worden afspraken gemaakt over hoe passende behandelduur en -vorm een plek krijgen in de richtlijnen en zorgstandaarden per 2026. Het Zorginstituut voert een analyse uit van de spreiding van de gemiddelde behandelduur t.b.v. deze richtlijnen en als spiegelinformatie. Behandeldoelen, evaluaties en tijdige afronding moeten een vast onderdeel van behandeling worden.
- Schrappen van exclusiecriteria: vanaf 2026 mogen zorgaanbieders alleen nog exclusiecriteria hanteren “wanneer strikt noodzakelijk voor zeer complexe, laag-volume zorgvragen”. In dat geval moet er een duidelijke doorverwijzing naar een 3e lijns-voorziening zijn. Vanaf 2027 zal dit ook in het inkoopbeleid van zorgverzekeraars terugkomen. Benoemd wordt dat samenwerking tussen de geïntegreerde instellingen en kleine aanbieders hiertoe verstevigd moet worden – hoe dit moet, wordt niet besproken.
- Aanspraken en pakketbeheer: het Zorginstituut gaat in kaart brengen hoe aanspraak op zorg en pakketbeheer kunnen bijdragen aan het vrijspelen van capaciteit voor complexere zorgvragen. Hierbij wordt benoemd dat ook mensen met lichtere problematiek toegang moeten blijven houden tot passende zorg of ondersteuning. De verwachting wordt uitgesproken dat dit zal leiden tot verscherpte aanspraak in het verzekerde pakket.
- Meer hybride- en groepsaanbod in de ggz: vanaf de inkoop voor 2026 wordt voor alle ggz-aanbieders een groeipad afgesproken voor hybride- en groepsbehandeling (in 2027 minimaal 6% hybride t.o.v. 2022 en 6% groepsbehandeling t.o.v. 2025). Het doel hiervan is 6% capaciteit vrijspelen.
- Consultatie ggz en vervolg patiënten met chronische aandoeningen: het moet eenvoudiger worden voor huisartsen en het sociaal domein om kort te schakelen met de ggz om doorverwijzing mogelijk te voorkomen. Er komt een onderzoek naar de knelpunten en opschalingsmogelijkheden. Er worden afspraken gemaakt over de overdracht van patiënten met gestabiliseerde chronische klachten naar de huisarts, inclusief een terugvalaanbod.
- Financiering voor de wijk: Het AZWA biedt structurele financiering voor wijkteams met duidelijke aandacht voor preventie en samenwerking in de wijk. Dit ondersteunt de beweging van meer ‘zorg naar de voorkant’ en er wordt nadrukkelijk gekeken naar het verminderen van instroom in de specialistische zorg, zowel in de volwassen ggz als in de jeugd ggz.
Reflectie MEERGGZ
Het AZWA benoemt terecht het belang van doelgerichte behandeling, tijdige evaluatie en afronding van zorgtrajecten. MEERGGZ en onze leden steunen deze ontwikkeling – het is onderdeel van onze kernwaarden. Het geeft richting aan het werk van professionals en maakt zorg effectiever. Het is nuttig om met elkaar te onderzoeken wat een passende behandelduur is, maar dit vraagt wel een zorgvuldige en onderzoeksgerichte aanpak. We zien een risico dat behandelduur en -vorm te rigide worden vastgelegd. Er moet ruimte blijven voor maatwerk. De verdere uitwerking van deze afspraak is daarom bepalend.
Digitale en groepsgewijze zorg kunnen bijdragen aan het vrijmaken van capaciteit, mits goed ingezet. Wij zien hierin kansen, maar benadrukken dat niet elke aanbieder op korte termijn kan investeren in deze vormen van zorg. Bovendien moeten aanbieders ook gemotiveerd kunnen afwijken van de standaard als de situatie daarom vraagt. Wij zullen daarbij aandacht vragen voor de afstemming met leden die gebruik maken van digitale contractering.
Over het schrappen van exclusiecriteria heeft MEERGGZ veelvuldig haar zorgen geuit in overleg met betrokken partijen. Deze maatregel is gebaseerd op een onjuiste analyse van waarom cliënten met comorbide problematiek geen behandelplek vinden. Het schrappen van deze criteria zou ervoor moeten zorgen dat alle cliënten overal in zorg kunnen. MEERGGZ ziet exclusiecriteria als maatregel voor het leveren van passende zorg, mits deze niet te rigide worden gesteld. Vooral voor kleinere aanbieders, die niet alle soorten zorg kunnen leveren, werkt deze maatregel averechts. De oplossing ligt in betere samenwerking in de regio – niet in het openbreken van de zorginhoudelijke grenzen van instellingen. Vanuit samenwerkingen en gerichte inkoop kan het aanbod meer passend worden gemaakt aan de vraag.
Thema Kwaliteit en transparantie
(Afspraak C3a) Er zijn verschillende afspraken gemaakt die als doel hebben het inzichtelijk maken van actuele en accurate wachtlijstgegevens. Dit om betrouwbare informatie te krijgen, wachtlijstontwikkelingen goed inzichtelijk te krijgen en matching van vraag en aanbod mogelijk te maken bijvoorbeeld via zorgbemiddeling.
(Afspraak C4) Er wordt opnieuw gekeken naar de normen voor wachttijden. De bestaande Treeknormen voor wachttijden worden geactualiseerd en waar nodig gedifferentieerd, met name tussen cruciale ggz en overige ggz. Er wordt gekeken hoe opgebouwde wachttijd behouden kan worden bij het wisselen tussen zorgaanbieders.
(Afspraak E3) Bij het opstellen van kwaliteitsrichtlijnen wordt rekening gehouden met passende zorg. Richtlijnen moeten per 2026 ondersteunend zijn aan: samen beslissen en passende zorg; het principe “zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan en met zo min mogelijk arbeidsinzet”; effectief en veilig zijn; passend zijn op het vlak van personele capaciteit en kosten; en duurzaamheid meewegen.
(Afspraken E1 en E2) AZWA partijen willen stappen zetten op het verbeteren en transparant maken van kwaliteitsinformatie. De focus van de afspraak ligt echter op de MSZ. Partijen willen ‘impactvolle passende zorg initiatieven’ opschalen en contracteren. Initiatieven met substantiële invloed op arbeidsinzet worden verzameld en jaarlijks geactualiseerd.
(Afspraak E6) Fraude in de zorg wordt aangepakt. Zorgaanbieders dragen bij aan het voorkomen van fraude door medewerkers en onderaannemers te toetsen op de juiste kwalificaties. Branchepartijen nemen een rol via kennisdeling en leden te ondersteunen bij herkennen en tegengaan van misstanden.
(Afspraak B3) Om de gewenste ontwikkelingen van het AZWA mogelijk te maken moeten professionals geschoold worden op bijv. het versterken van vaardigheden op het gebied van technologische (o.a. AI) en sociale innovaties, inzet van ervaringsdeskundigen en passende zorg. Er komen landelijke en regionale afspraken over de inbedding hiervan in opleidingen. Ook moet het makkelijker worden om in te stromen in de zorg als zorgmedewerker.
Reflectie MEERGGZ
MEERGGZ staat vanaf haar oprichting voor meten van en transparantie over kwaliteit en wachtlijsten. Onze leden geloven dat zorg effectiever wordt als aanbieders de zorg evalueren en met elkaar durven te vergelijken. Via het programma Kwaliteitstransparantie dragen wij hieraan bij. Goede en betrouwbare wachtlijstgegevens zijn onmisbaar om te sturen op toegankelijkheid van de ggz. MEERGGZ is al lange tijd onderdeel van de landelijke Stuurgroep Toegankelijke GGZ en Wachttijden en neemt deel aan de werkgroep die wachtlijstgegevens via de declaratiegegevens wil genereren.
MEERGGZ is daarnaast al langer uitgesproken voorstander van het betrekken van de huidige context van schaarste bij het vormgeven van de richtlijnen en zorgstandaarden. Steeds vaker knelt het uitvoeren van een te uitgebreid zorgpad met de realiteit van alle wachtenden op zorg. MEERGGZ vindt het daarom een goede ontwikkeling dat deze afspraak in het AZWA staat.
Van onze leden verwachten wij dat ze zich houden aan wet- en regelgeving. De oproep om aandacht te hebben voor fraude ondersteunen wij en zullen we onder de aandacht blijven brengen bij leden en onze leden ondersteunen waar mogelijk.
Thema Regeldruk en digitalisering
(Afspraken A1 en A3) Het akkoord streeft ernaar de administratietijd voor zorgverleners te verminderen tot maximaal 20% van de werktijd per 2030, om zo 100.000 fte aan arbeidstijd vrij te spelen. Specifieke projecten in de ggz worden genoemd die dit als doel hebben. Verder zal per branche gekeken worden naar een top-10 aan inkoop- en verantwoordingseisen die het meeste onnodige tijd kosten van zorgprofessionals.
(Afspraak A4) Het AZWA stelt dat AI meer ingezet moet worden om het werk voor professionals in zorg en welzijn plezieriger en efficiënter te maken. AZWA partijen willen binnen 3 maanden een ‘Aanpak AI in de zorg’. De eerste focus ligt op spraakgestuurd rapporteren en capaciteitsplanning. Het doel is een arbeidsbesparing van minimaal 8.000 personen door AI. Dit vraagt om investeringen in scholing en digitale infrastructuren. Het platform Digizo.nu, waar MEERGGZ onderdeel van is, krijgt en belangrijke rol in toetsen en uitrollen van tools.
(Afspraak A5) Er wordt een implementatieplan uitgewerkt voor het versnellen van elektronische gegevensuitwisseling in de zorg.
(Afspraak C2) Er komt een landelijk dekkend netwerk voor digitale zorgondersteuning: één centraal punt voor alle niet-medische vragen rondom toegang en gebruik van digitale zorg, dat nauw samenwerkt met lokale, fysieke ondersteuningspunten.
Reflectie MEERGGZ
Het terugdringen van regeldruk is een belangrijke stap om zorgverleners meer ruimte te geven voor cliënten. Wij juichen dat toe. Digitalisering en AI bieden concrete mogelijkheden om met gelijkblijvende capaciteit meer zorg te leveren en of de werkdruk in toom te houden. Binnen de vereniging wordt kennis over deze ontwikkelingen uitgewisseld en deze ontwikkelingen hebben ook expliciet plek gekregen in onze visie.
Wel maken wij ons zorgen over de uitvoerbaarheid voor kleinere en middelgrote aanbieders. Zij beschikken vaak niet over de middelen om hierin zelfstandig te investeren, zeker niet in het huidige financiële klimaat. Zonder gerichte ondersteuning dreigen zij buiten de boot te vallen. Als de overheid écht wil dat deze innovaties breed worden toegepast, moet daar ook financiële ruimte voor komen. MEERGGZ roept daarom op om de AZWA-doelen hand-in-hand te laten gaan met subsidies die deze innovaties mogelijk maken.
Thema Crisiszorg en integrale zorg
(Afspraak D5) De toestroom in de ZVW-zog moet verminderd worden door samenwerking tussen het ggz- en sociaal domein. Hiertoe definieert het AZWA enkele ‘basisfunctionaliteiten’ die door het hele land geïmplementeerd moeten worden. Voor de ggz zijn dit laagdrempelige steunpunten voor de EPA doelgroep en het concept ‘Sociaal Verwijzen’. Verder worden de concepten Mentale gezondheidsnetwerken en het Verkennend gesprek doorontwikkeld naar een zogenaamde ‘basisfunctionaliteit’.
(Afspraak D7) Continuïteit van de invulling van ANW-diensten (waaronder crisisdiensten) moet in elke regio geborgd zijn. De inzet van de afspraak is dat in 2027 70% van de inzetbare psychiaters hieraan bijdraagt (inclusief zzp’ers). Adviezen uit het Berenshot rapport (2022) worden geïmplementeerd. VWS onderzoekt ook wetgeving om dit verplicht te stellen. De tarieven voor cruciale zorg worden verhoogd om dit mogelijk te maken. Deze verhoging gebeurt macroneutraal en binnen de huidige NZa-tarieven, maar pas nadat er ruimte is gecreëerd in het macrokader ggz (bijvoorbeeld door aanscherping van ZVW-aanspraak).
Reflectie MEERGGZ
De inzet op samenwerking tussen ggz en sociaal domein is een logische en noodzakelijke stap. Maar voor goede samenwerking zijn duidelijke afspraken en structurele financiering nodig. Alleen dan kunnen partijen verantwoordelijkheid nemen en elkaar versterken.
Crisiszorg en ANW-diensten vormen de ruggengraat van een goed functionerende ggz. Als deze zorg niet stevig is georganiseerd, stokt de hele keten. Er moet daarvoor genoeg capaciteit en geld beschikbaar zijn. Wij pleiten er daarom al langere tijd voor om deze zorg buiten de marktwerking te plaatsen en uit de discussie waarin de schaarste moet worden verdeeld. Tegelijk moeten we waken voor verschuivingen die ten koste gaan van de curatieve ggz voor de licht- en middengroep. Dit betreft zorg aan mensen die na behandeling weer deel kunnen nemen aan de maatschappij en hun bijdrage kunnen leveren. Als deze zorg onder druk komt te staan, betaalt de samenleving uiteindelijk de prijs – sociaal én economisch.
Thema Financiering
(Afspraak E4) Deze afspraak omvat een collectie van maatregelen die tarieven differentiëren op basis van zwaarte van zorg en maatregelen tegen ongecontracteerd werken. De afspraak stelt dat iedereen een ‘eerlijke bijdrage levert’ aan de gewenste ontwikkeling van de zorg. Een zorgaanbieder die acute en intensieve zorg levert moet daarvoor gecompenseerd worden. Ook wordt tariefdifferentiatie op basis van zorgzwaarte casemix voorgesteld.
De afspraak is gestoeld op een analyse dat niet-gecontracteerde aanbieders zich in onevenredige mate zouden richten op patiënten met een lichte zorgvraag, veel ondoelmatige zorg leveren en minder meedoen aan regionale samenwerkingsafspraken of ANW-diensten. Ook wordt gesteld dat zorgverzekeraars onvoldoende instrumenten hebben om hierop te sturen. Maatregelen die overwogen worden richten zich met name op het ontmoedigen van niet-gecontracteerde zorg. Bijvoorbeeld het differentiëren en verlaging van tarieven en het uitbreiden van mogelijkheden van zorgverzekeraars voor controles.
(Financiële kaders) Het macrokader ggz wordt vanaf 2027 structureel opwaarts bijgesteld met €202 miljoen. Voor het opvangen van de toenemende zorgvraag als gevolg van de verlaging van het eigen risico (remgelden), is er voor de ggz €123 miljoen in 2027 en €139 miljoen in 2028 beschikbaar. Er zijn specifieke doorbraakmiddelen van €400 miljoen per jaar in 2027 en 2028 beschikbaar gesteld voor impactvolle transformaties, waaronder de inzet van AI en medische technologie, die niet geoormerkt zijn per sector.
Reflectie MEERGGZ
Wij staan achter het principe van gecontracteerd werken – omdat dit het speelveld eerlijker maakt en beter aan te sturen. Echter moeten de voorwaarden fair zijn: contracten moeten realistisch en werkbaar zijn voor aanbieders, met eerlijke tarieven en ruimte voor samenwerking. Wij keren ons tegen de versimpelde beeldvorming rondom ongecontracteerde zorgaanbieders. Ongecontracteerd werken is ook vaak het gevolg van afwezige contractvoorstellen of onrealistische voorwaarden van verzekeraars. In plaats van alleen maatregelen te nemen die het ongecontracteerd werken ontmoedigen (stick), zouden zorgverzekeraars gecontracteerd werken aantrekkelijker moeten maken (carrot).
Daarbij zijn wij van mening dat voorzichtigheid geboden is bij het toepassen van nog meer tariefdifferentiatie, dan al aanwezig in het Zorgprestatiemodel. Het bekostigingsmodel voorziet van de nodige differentiatie en het verder ingewikkeld maken van de financiering raden wij af.




